almapost.nl

Korte berichten

Helden gefileerd

14-5-2020

Hoe zelden kom je een boek tegen dat je nauwelijks weg kunt leggen. Het is niet alleen meesterlijk geschreven, maar er is meer: de neiging om ‘Ja! Goed gezien! te roepen. Dat heb ik met The silence of the girls (De stilte van de vrouwen) uit 2019, van Pat Barker.

Op school lazen wij de Ilias van Homerus, beginnend bij de toorn van Achilles, die niet meer wil meevechten tegen Troje omdat hem zijn ‘prijs’ is afgepakt: de prinses die hij na de overwinning op een naburige stad als seksslavin kreeg. Ze heet Briseïs. Niet meer dan enkele zinnen worden er in de Ilias aan deze jonge vrouw gewijd. En toen ik zestien was viel mij daar niets aan op. Het was gewoon uitleg die je even moest kennen om verder te kunnen lezen over de bloedstollende ruzie tussen Achilles en legerleider Agamemnon, die zich Briseïs toe-eigent. De mannen waren helden, sterren en seksgoden, met wie we meeleefden en over wie we fantaseerden. Weinig boeken zijn spannender dan de Ilias.

De Engelse schrijfster Pat Barker (77, onder andere bekend geworden door haar trilogie over de nasleep van de eerste wereldoorlog), pakt deze geschiedenis anders aan. Ze herschrijft het verhaal vanuit Briseïs. Een prinses van negentien, die heeft moeten zien hoe de Grieken alle mannen in haar stad afslachtten, en hoe Achilles met kalme precisie zijn voet op het lichaam van haar jongste broertje plaatste om zijn speer eruit te trekken. Vervolgens werden de vrouwen meegenomen naar het Griekse legerkamp, en nu ligt Briseïs iedere nacht onder (zoals Barker het plastisch uitdrukt) Achilles. Althans de eerste weken, tot Agamemnon haar opeist en het avontuur van de mannen begint.

Het idee om vanuit een vrouwenblik naar de Ilias te kijken is al heel boeiend, maar Pat Barker stopt niet bij het beschrijven van hun leven en lijden. Ze slaagt erin de sfeer van de Ilias op te roepen. Strand, zee, deinende schepen, de eindeloze vlakte waarop de bekende Griekse vorsten hun compounds hebben, met soldaten, hoeren, weverijen, eetzalen – ze liggen immers al negen jaar voor Troje.

En Barker doet er nog een schepje bovenop: ze beperkt zich niet tot de vrouwen, maar laat ook zien hoe de mannen ingekapseld zitten in de eisen van de tijd. Achilles krijgt tranen in zijn ogen als hij zijn ‘prijs’ moet afstaan. Niet om Briseïs, maar om de eer die hij daarmee verliest. Barker fileert de helden, en houdt menselijke wezens over. Agamemnon is een bruut, maar Achilles is, binnen de normen waarin hij leeft, redelijk beleefd, en zijn vriend Patroklos is zelfs af en toe aardig. Waarmee Pat Barker bij mij het oude vuur voor deze mannen bijna weer aanwakkerde. (Hoe ontvlambaar kan je zijn.) En misschien is dat wel de vierde schep die Barker erbovenop doet: ze laat je voelen hoe gemakkelijk je je laat meeslepen door dit soort ‘helden’.

Het geheim

30-4-2020

Vanwege de stille tijd begin ik aan een nieuw boek terwijl mijn vorige nog op het oordeel van een manuscriptlezer wacht. De nieuwe tekst was pas voor volgend jaar gepland, ik haal mezelf als het ware in. Nood breekt wetten.

Maar dan. Ben ik te begerig om door te gaan? Alles wat ik schrijf wordt rommelig en saai. Waarom zijn de personages zo oninteressant en zeggen ze me niets? Moet ik er een moord in stoppen om het boeiender te maken? Nee, dat is een zwaktebod. Een paar dagen schrijf ik als een bezetene door, tegen beter weten in hopend dat het probleem zichzelf zal oplossen als ik zo snel mogelijk veel tekst produceer. Dan ontdek ik het geheim.

Ik begin opnieuw en werk nu langzaam. Vraag me steeds af wat het personage wil, en waarom. Wik en weeg. En ineens zie ik haar voor me, mijn hoofdpersoon. Ze doemt op uit de duisternis van mijn brein, met haar wensen en haar vragen en haar kwalen en haar kortzichtigheid. Ze begint mee te denken met het verhaal. Ik heb het geheim weer ontsluierd. En voor de zoveelste maal ontdekt dat schrijven ook een kwestie van heel veel, en dan nog meer, aandacht is.

Flaptekst

30-3-2020

Mijn nieuwe boek is af, nou ja, af. Ik heb een versie geproduceerd die ik durf te laten beoordelen door kritische lezers. Eerste daad na het schrijven van de laatste zin: een flaptekst maken. Dat is de ultieme graadmeter voor de vraag of je boek ergens over gaat, en of je geen zijpaden bent ingeslagen die de lezer in de war brengen. De flaptekst werkt als een navigatiesysteem. Als je hem niet kunt schrijven moet je dat interpreteren als: Ga terug! Probeer om te keren!