almapost.nl

Korte berichten

Anita Brookner

21-11-2020

Omdat ik verstoken was van bibliotheekbezoek keek ik eens in mijn eigen boekenkast, en vond een zestal boeken van Anita Brookner (1928-2016). Ooit met plezier gelezen, nu helemaal vergeten. Ze waren als nieuw. Zelfs van het Bookerprize-winnende Hotel du Lac kende ik de inhoud niet meer.

(Gaat met mijn kledingkast ook zo. Corona doet je ontdekken wat je allemaal hebt en vergeten was).

Anita Brookner lezen is jezelf herkennen in de vol milde humor beschreven drijfveren van de hoofdpersonages. Dat zijn meestal alleenstaande vrouwen met een intellectueel beroep, die op mannenjacht gaan. Brookner zelf, hoogleraar in Cambridge, bleef altijd bij haar ouders wonen en trouwde nooit, dus ze weet waarover ze het heeft.

Haar eerste roman publiceerde ze toen ze 53 was. Nu ik een paar boeken achter elkaar lees ontdek ik de obsessie die erin zit: haar personages worden gekweld door de gedachte dat mannen op andere vrouwen vallen dan zijzelf zijn. Niet op vrouwen die lezen, maar op dellerige types, die de heren voor zich laten draven. Als Brookner een keer een man als hoofdpersonage neemt zoals in A private view, zie je dat proces vanuit een mannenbrein.

Anita toch, dacht ik, jij valt op de verkeerde mannen! Maar ‘ergens’, zeg voor een tiende procent, begrijp ik wat ze bedoelt. Er zit iets in. Een klein beetje. En het heeft een reeks mooie en stilistisch knappe boeken opgeleverd.

De moeder van Vera

4-9-2020

Een vreemde ervaring: terwijl ik de laatste hand leg aan mijn nieuwe roman De moeder van Vera. (Verschijnt eind 2020 of begin 2021), word ik jaloers op de personages, die met elkaar een familiehotel drijven. Keihard werken, maar toch … ineens lijkt het me ontzettend leuk, zo’n eigen onderneming. Zelfs met corona. Het zit hem in het samenwerken, met z’n allen iets op touw zetten. Gemakkelijk gezegd misschien, van achter je bureau, maar ik heb onbeschaamd plezier in Dirk en Vera, en hun volwassen kinderen.

Flow

25-8-2020

Na een maand zinloos achter mijn laptop zitten en onbruikbare teksten typen, raakte ik ineens weer in de flow. Waar die vandaan komt? Het is een vorm van concentratie. Op jezelf en op je ervaringen. Maar ook weer niet té. Het moet geen dagboek worden. Schrijven vanuit een hoogstpersoonlijke emotie, terwijl je met één oog de verhaallijn in de gaten houdt. En vooral ook nadenkt! Zonder nadenken gaat het niet. Het blijft een vorm van werk. Maar wat is leuker dan dat?