almapost.nl

Schrijfdagboek

Je tante Lydia

30-7-2019

‘Zo vreemd,’ zegt de jonge vrouw tegenover me in de stationsrestauratie, ‘mijn vriend weet bijna alles van me, maar mijn boek in wording lezen …’ Ik kijk naar haar manuscript dat tussen ons in ligt. Het heeft als werktitel Zoektocht. Ze heeft me gevraagd haar te coachen bij het herschrijven ervan. ‘Dat mag hij niet?’ vraag ik. Niet meer, zo blijkt. Ze maakt een bescheiden kots-beweging. ‘Hij is echt niet dom of zo,’ zegt ze. ‘Hij leest regelmatig een boek, met plezier, maar zijn commentaar op mijn werk …’

Ze vertelt wat ze gehoopt had: dat hij de verhaallijn zou prijzen, of zou aanwijzen welke passages hij leuk vond, en welke minder. Hij mocht het rustig zeggen als hij in slaap viel, daar kon ze tegen en daar had ze wat aan … Haar blauwe ogen lichten fel op. Haren springen uit haar blonde staart als luchtige pluizen. Ze blaast ze weg. Ze bloost. ‘Het is gênant,’ zegt ze. ‘Hij had maar één opmerking.’ ‘En dat was?’ Ze draait haar hoofd opzij, alsof ze me niet durft aan te kijken. ‘Die-vrouw-uit-hoofdstuk-vier-is-je-tante-Lydia.’

Ik leef met haar mee over die dodelijke opmerking, en we opperen allerlei redenen voor dit veelvoorkomende gedrag van lezers in het algemeen, en naasten in het bijzonder. Is het jaloezie? De wens iets opmerkelijks te zeggen? De behoefte iemand dóór te hebben, en daardoor misschien zijn of haar schrijftalent te verkleinen? (Huh, iederéén die een tante Lydia heeft kan dit – je hoeft het alleen maar op te schrijven).

Maar terwijl we ons aan dit soort verdachtmakingen te buiten gaan, dwalen mijn gedachten af naar een andere mogelijkheid. Ik denk aan de impact van literaire personages op ons, ‘echte’ mensen. Is dat niet raar? Aan de ene kant willen we boek-personages terugbrengen tot mensen die we kennen, aan de andere kant gaan we soms zo op in een personage dat we niet wachten kunnen tot een volgend deel van een serie uitkomt, worden we verliefd op ze en balen we als het hem/haar slecht gaat.

Waarom willen we zowel onze tante Lydia’s in een personage herkennen, als ook kinderlijk opgaan in de avonturen van fictieve personen? Zijn dit twee kanten van dezelfde medaille, willen we ons gewoon graag druk maken over literatuur, moeten we in het echte leven onze emoties te vaak beheersen? Is het wat Michel Krielaars in een van zijn mooie columns (NRC-Handelsblad 25 juli 2019) zegt over een passage uit Normal People van Sally Rooney, waar de mannelijke hoofdpersoon, Connell, die in de bibliotheek Emma van Jane Austen leest, baalt als de bieb net bij een spannende passage sluit, zodat hij niet verder kan lezen? (Sally Rooney) ‘But there it is: literature moves him.’ (Michel Krielaars) ‘In die laatste zin is de hele betekenis van het lezen vervat. Meer is het niet.’

Ik vertel dit aan de blonde vrouw tegenover me. ‘Ja!’ roept ze, zo uitbundig dat mensen om ons heen opkijken. ‘Natuurlijk!’ Ik ben blij dat ze enthousiast is, en wacht af. ‘Emoties, zegt ze, wij arme mensen kunnen ze te weinig kwijt. Vanaf nu ga ik alles schrijven wat ik wil, en mijn vriend mag er alles van denken wat hij wil. Als het hem emotioneert en tot rare uitspraken brengt, is het zijn zaak. Puh!’ ‘Je hebt gelijk,’ zeg ik, ‘schrijven is ook: durven.’ Dan daalt de rust neer en praten we twee uur lang over verhaallijn, spanningsboog en karakterontwikkeling.

Vorig berichtVolgend bericht