almapost.nl

Schrijfdagboek

Grootse plannen

23-3-2019

De vrouw is naar schatting een generatie jonger dan ik, maar zodra ze naast me zit op een tweezits-bank in de trein, begint ze amicaal tegen me te praten. Niet over de bekende neutrale onderwerpen, maar over iets wat er duidelijk uit moet: haar moeder is overleden. Ik condoleer haar. Daarna blijft het even stil en ik respecteer haar zwijgen. Besluit zo meteen te vragen hoe lang het geleden is van haar moeder. Een vraag die haar de kans zal geven haar hart te luchten. Vertellen is verwerken. En vriendenkringen zijn soms al tot de draad toe opgebruikt als luisteraar.

Ze beweegt onrustig. Pakt een zakdoek uit haar tas waar ze vervolgens niets mee doet. Ze kucht, en zegt met een heldere stem dat ze het eigenlijk niet mag zeggen, maar… stilte. Ze pakt het opgevouwen papieren zakdoekje in haar andere hand. Begint dan opnieuw. ‘Ik mag het niet zeggen, maar ik ben opgelucht, en blij voor mijn vader.’ Ik hoor haar slikken. ‘Dat is nogal wat,’ zeg ik.

‘Weet ik, maar het is waar.’ Ze vertelt over het kreng dat haar moeder altijd was. Hoe haar vader zijn vrouw alle dagen van hun huwelijk ’s ochtend thee op bed heeft gebracht. Dat mama dan zat te wachten in haar bedjasje. (Dat laatste woord spuugt ze bijna uit. Ik zie iets rozigs met kant voor me). En dat ze nooit dankbaar was. ‘Als je vader komt met de thee’ kon ze zeggen, alsof ze het had over de zon die opging. Een vanzelfsprekendheid. ‘Een super egoïst,’ zegt de vrouw. ‘Of hoe noem je dat. Alles ging altijd over haar, net als bij Trump en Poetin en die hoe heet hij ook weer die bij ons net gekozen is…’ ze rilt even. ‘Narcisme,’ zeg ik.

‘Ik hoopte al jaren dat ze dood zou gaan,’ klinkt het naast me. Even denk ik heilig dat je zoiets niet mag zeggen, zelfs niet over de grootste griezel of het ergste kreng. Ze hebben immers zichzelf niet gemaakt. Maar ik begrijp haar te goed. Dus ik zeg het niet. In plaats daarvan vraag ik naar haar vader. ‘Dus je vader is veel aardiger?’ Helemaal, over haar vader niets dan goeds. Altijd spelletjes spelen toen ze klein was, altijd steunend. ‘Maar tegen zijn vrouw kon hij niet op?’ gok ik.

Ze zucht. Zegt dat dit zijn enige manco is. Hij was helemaal aan mama's heerszucht gewend. En daarom is mijn extraverte medereizigster nu zo blij, want papa is nog jong genoeg voor een nieuwe liefde, een aardige vrouw die hem waardeert, die interesse heeft in zijn werk en hem niet afkat. Ik vraag wat voor werk hij doet, en verwacht een saai antwoord, iets als salesmanager of recruiter. Maar ze zegt: ‘Pianostemmer.’

Op een bepaalde manier valt alles op zijn plaats door dit woord. Romantiek en gevoeligheid versus, tja, iets anders in ieder geval. ‘Pianostemmer. Wat leuk!’ juich ik oprecht. Net als zijn dochter gun ik die man alle goeds. Misschien ben ik zelfs iets té opgetogen, want mijn tijdelijke buurvrouw kijkt me enthousiast aan en vraagt: ‘Hebt u… heb jij al een relatie?’

Vorig bericht