almapost.nl

Schrijfdagboek

Geld

26-10-2018

De vrouw die ik op een literaire avond in mijn woonplaats ontmoet komt uit een van de rijke randgemeenten die we hier hebben, Bloemendaal of Aerdenhout, dat moet wel. De elegant omgeslagen sjaal met bruin-blauwe vegen, een abstracte versie van het vroeger in bepaalde kringen zo populaire paardensjaaltje, zegt genoeg. Ik betrap me op de vraag wat zo’n vrouw op een avond over Bredero doet. Waarom zit ze niet bij een wijncursus, of iets over beleggen? denk ik vooringenomen.

Tijdens het napraten in de koffieruimte komt ze aan mijn tafeltje zitten, omdat er nergens anders plaats is, en we allebei alleen zijn. Ik bewonder de manier waarop ze dat regelt. Zo vriendelijk maar vanzelfsprekend zou ik het nooit kunnen. Ze stelt zich voor als Elsbeth. Ik drink keurig mijn koffie. Haar tongval doet me denken aan die van mijn klasgenoten met penny-shoes, lang geleden, toen ik op een bekakte middelbare school zat. Een chique uitstraling blijft toch imponeren, hoewel ik dat niet wil en misschien meer van boeken weet dan zij.

We babbelen wat over de avond. Oppervlakkig gepraat. Ja, zij vond de spreker ook erg goed, en het onderwerp interessant. Ik vraag of ze vaker dit soort literaire avonden bezoekt. Het antwoord is een zucht. ‘Eerste keer, ik zeg het maar eerlijk. Ik ben sponsor.’ ‘Sponsor?’ Ze buigt naar me toe. ‘Niets zeggen, maar ik sponsor verschillende instellingen. Iemand regelt dat voor me, kinderhulp en de dierenbescherming. Allemaal prima.’ Ik knik bewonderend. Nou, geweldig inderdaad. ‘Maar ik wilde zelf iets,’ vervolgt ze. ‘Een eigen projectje. Iets cultureels.’ ‘Goed idee’ zeg ik. ‘Dus toen werd het de literaire vereniging?’ ‘Je moet toch wat me je geld,’ zegt ze somber. Ik knik vaag. Wat zeg je op zoiets?

Vlak voor ons staat een geanimeerd groepje bewonderaars rond de twee acteurs, die voor en na de lezing smeuïge scènes uit werk van Bredero hebben gespeeld. ‘Dat, hè!’ De vrouw trekt haar sjaaltje wat losser. ‘Je kunt nog zoveel geld hebben, maar dat! Iets goed kunnen.’ Ze lacht met een hoog geluid. ‘Beter dan zes nullen op de bank!’

Een ober loopt rond met een dienblad vol glazen. Ze neemt met een snelle beweging een glas witte wijn. En een tweede, ‘voor… ’ met een vage hoofdknik richting de wc. Ik beperk me tot één glas. ‘Maar geld hoeft je toch niet te weerhouden om…,’ denk ik hardop, ‘…om ergens goed in te zijn?’ ‘Dat doet het dus wel.’ Ze klokt het eerste glas naar binnen. Ik moet nu niet gaan opmerken dat ze haar nullen toch gewoon kan weggeven, als ze haar dwarszitten.

Maar ik hoef niets te zeggen. ‘Ik ben vijfenvijftig,’ klaagt Elsbeth. ‘Nooit iets bereikt. Als ik actrice wil zijn koopt mijn man een theater voor me, bij wijze van spreken, zoals in die film, je weet wel, Meryl Streep en Hugh Grant.’ Weer die hoge lach. ‘Geld verdienen is geen kunst,’ vervolgt ze. ‘Als je eenmaal in een bepaald circuit zit loopt dat vanzelf… een kunst is acteren, mensen verplegen, een winkel runnen, een boek schrijven. Allemaal niet gedaan.’ ‘Je zou misschien best een boek kunnen schrijven.’ Ik ga nog net niet zover dat ik mezelf als coach aanbied. ‘Nee, kan niet.’ ‘Dat weet je niet.’ De koffieruimte begint leeg te lopen. Iemand verzamelt glazen. Gelukkig praat Elsbeth gewoon door. ‘Mijn leefwereld, de vrienden, hun party’s, dinertjes. Daarbuiten ken ik niemand!’ Ze heft haar halflege tweede glas naar me op. ‘Ik weet wat je denkt: geef het weg! Maar het is ook mijn bescherming, mijn schild. Ik kan nog geen ei koken. Ik zou hulpeloos zijn.’ Ze haalt haar perfect gesneden jas uit de garderobe. Ik mijn jack. Buiten omhelzen we elkaar en ik wens haar sterkte.

Vorig bericht