almapost.nl

Schrijfdagboek

Zussen

14-8-2018

We bezochten een trouwfeest met honderd gasten, in een grote tuin voorzien van tientallen lange tafels. Toevallig kwamen mijn vriend en ik tegenover twee vrouwen uit het andere kamp terecht, familie van de bruidegom. In Engelse films is het zo mooi geregeld, je bent Bride of Groom, en wordt tactisch naar je eigen afdeling geleid. Ik weet niet of de Engelsen het in de praktijk nog zo doen. Hoogstwaarschijnlijk wel.

De twee vrouwen tegenover ons bleken zussen, wat een bof. Omdat ik zelf geen zus(sen) heb, lijkt dat me nu juist het leukste van het leukste. Wat sommige vrouwen ook tegen me zeggen over de krengen die zij toevallig als zus getroffen hebben. Geen zussenroddel, hoe verbijsterend ook, overtuigt me ervan dat ik zonder zus beter af ben. Ik houd het gevoel dat ik iets mis. Ongebreidelde vrolijkheid, intieme gesprekken, een onverbrekelijke band.

De twee tegenover ons hadden dezelfde blauwe ogen en lichtgebruinde huid. Ze leken op elkaar, maar er was een verschil. Nadere bestudering – terwijl mijn vriend met hen in gesprek was over de plaats waar ze alledrie vandaan bleken te komen – leverde het volgende op: hier een kundig gestylde lok haar op het voorhoofd, daar hetzelfde haar in losse strengen tot op de schouders; hier zorgvuldig aangebrachte oogmake-up en lippenstift, daar alleen een vleug uitgelopen rood; hier een goed gesneden blauwgestippelde jurk, daar een roze hemdje op een dunne, witte broek. Ze leken op elkaar als waren ze een en dezelfde vrouw vóór en ná de behandeling door de schoonheidsspecialiste. Waarbij ik me altijd afvraag aan welke variant ik de voorkeur geef. Ook in het geval van deze vrouwen zou de keuze moeilijk zijn, tussen niet-onknap opgepoetst en niet-onknap nonchalant.

Helaas moesten we om praktische redenen doorschuiven, waardoor we aan het andere eind van de tafel belandden. Ik was de zussen al bijna vergeten, toen ze ineens hun bijna identieke stemmen verhieven. Aanvankelijk hoorde ik alleen iets als ‘Jij!’ en ‘Nee!’, maar toen de rest van de tafel stilviel – wat al binnen een minuut gebeurde –, kon ik een dialoog optekenen, die me als schrijver deed watertanden. ‘Ik dóe helemaal niet arrogant!’ (Dat was de opgepoetste). ‘Dat zeg ik niet.’ (De nonchalante). ‘Jij zei: doe niet zo arrogant.’(o) ‘Zelfbewust, zei ik, niet arrogant.’(n) ‘Wat maakt dat uit?’(o)

Ik voelde hoe mijn vriend naast me zijn adem inhield. Tegenover ons stampte iemand met snelle bewegingen een vorkje op en neer in een stuk kersenvlaai. We maakten ons als tafel op voor de afloop van het twistgesprek, die al snel volgde en die met recht groots genoemd kon worden. De nonchalante zei met schrille stem: ‘Altijd dat zelfvertrouwen!’ Waarop de opgepoeste, al even schril, een zinnetje riep dat ik sindsdien koester, en in mijn volgende boek wil gebruiken, of het er nu inpast of niet: ‘Ik héb helemaal geen zelfvertrouwen, ik spéél het!’

Op dit moment had iemand moeten ingrijpen, een pastor of psy, die iets had gezegd als: ‘Zelfvertrouwen, interessant. Laten we het daar allemaal eens over hebben!’ Helaas liet iedereen die dat gekund had zijn kans voorbijgaan. Het enige wat gebeurde was dat de zussen opstonden en wegliepen, ieder een andere richting uit. Het tafelgesprek kwam aarzelend weer op gang. Een half uur later zag ik de zussen samen een druivenplant bewonderen, die tegen de omheining van de tuin groeide. De nonchalante zei iets, de opgepoetste knikte instemmend. En ik dacht: zie je wel, zussen zijn leuk.

Vorig bericht