almapost.nl

Schrijfdagboek

‘Leuk’

24-1-2019

‘Leuk?’ zegt de vrouw die ik af en toe bij de supermarkt tegen het lijf loop. ‘Leuk! Ik bedoel maar: wat is dat?’ Ze draagt weer haar iets te grote regenjas, waardoor ze niet zozeer gekleed maar verpakt lijkt, en ze is duidelijk vol van een gedachte. Dat zag ik al aan de manier waarop ze daarnet, toen ik aan kwam lopen, bij de karretjes bleef dralen om mij niet te missen. Maar waar een ander nog voor de vorm een invulling voor dat wachten zou zoeken, zo staarde zij, langs de grote kraag waarin haar kin bijna verdwijnt, actief naar niets.

Nu dwingt ze me met haar stem om te blijven staan. We blokkeren de dubbele rij winkelwagens, maar gelukkig is het op dit uur rustig. Het verhaal spuit eruit. Ze blijkt, in haar hoedanigheid van onlangs gescheiden vrouw, gevraagd te zijn in een club van alleengaanden. Om te kunnen praten over allerlei dingen die je bezighouden, niet speciaal over alleenstaand zijn, maar ook juist andere onderwerpen. Jezelf terugvinden, bijvoorbeeld. ‘Gespreksgroep’ zegt de vrouw en ‘onderwerpen aandragen’ en ‘alles mag gezegd.’

Ik opper dat het nuttig kan zijn, niet dat ze zichzelf niet is, natuurlijk, dat moet ze niet denken, maar misschien dat je na een lang huwelijk toch een beetje, nou ja, een aan je partner aangepaste versie van jezelf wordt. Wie weet wat voor boeiends er nog onder haar oppervlakte zit! Ongeduldig wacht ze tot ik dat allemaal gezegd heb. ‘Jaja,’ mompelt ze, zodra ik stilval,‘maar hoe vind je dit: allemaal leuke mensen. Zo zien ze zichzelf. En mij dus ook. Leuk.’ Resoluut ontkoppelt ze een karretje. ‘Dat is het dilemma,’ zegt ze, terwijl ze wegrijdt.

Er schiet van alles door me heen. Wieneke T., die zichzelf en haar vriendin ‘De leukste meisjes van de klas’ noemde (lagere school), het tafelblok vooraan bij de leraar waar alleen ‘de leuke leerlingen’ bij elkaar zaten (middelbare), rokers die vinden dat in het rookhok ‘de leuke mensen’ zich verzamelen… zou ik zelf met louter ‘leuke mensen’ willen omgaan?

Ik kom de vrouw in de grote regenjas weer tegen in het ontbijtpad bij de pindakaas. ‘Ik heb een besluit genomen’ zegt ze, ‘ik doe het niet.’ ‘Niet?’ zeg ik. ‘Nee, bleggh.’ Ze lacht een beetje. ‘Leuke mensen, wat zijn dat? Mensen die zichzelf zo noemen? Ik heb er nu al geen zin meer in.’ Ze ritst haar kraag verder open en lacht hardop ‘Leuk! Mij niet gezien.’ Opgewekt loopt ze het ontbijtpad uit.

Vorig bericht